Goudkopleeuwapen en bromelias hebben een unieke relatie. Epifytische bromelia's groeien op de stammen van grotere bomen, en zijn een typisch kenmerk van het Atlantische regenwoud, en een geliefde plaats waar deze kleine apen foerageren en dierlijke prooien vinden. In januari vertelden we hier al over een studie door onderzoekers van Project BioBrasil (Catenacci et al. 2009) die aantoonde dat goudkopleeuwapen een belangrijke rol vervullen als zaadverspreiders voor bromelia's. Het merendeel van de zaden gevonden in de uitwerpselen van goudkopleeuwapen zijn van bromeliazaden die behoren tot het geslacht Aechmea. Bromeliazaden kiemen ook beter na hun doorgang door het spijsverteringsstelsel van de goudkopleeuwapen.
Uit nieuwe gegevens blijkt nu dat de relatie tussen beide soorten nog intiemer is. Een recent artikel, dat in December 2010 verschijnt in het tijdschrift Biota Neotropica, beschrijft de resultaten van een studie gecoördineerd door Talita Fontoura van de Universiteit van Santa Cruz in Ilheus. Gedurende 67 uur van waarnemingen op drie clusters van bromelia's van de soort Aechmea depressa, was het goudkopleeuwaapje de enige soort die de vruchten van Aechmea tijdens de dag bezocht en de zaden verspreidde. Dit feit is eens te meer verbazingwekkend, omdat er in de regio 32 soorten fruitetende vogels zijn, naast verschillende andere fruitetende apen (kapucijnaapjes, Wied's zijdeaapjes, Titi apen). Deze exclusiviteit kan te wijten zijn aan het feit dat vruchten van Aechmea depressa omringd zijn door stijve bladeren die het moeilijk maken om de zaden te verwijderen. Goudkopleeuwaapjes slagen daar toch in vanwege hun kleine omvang en flexibele lichaam, en hun behendigheid om de bladeren te verwijderen. Goudkopleeuwapen hebben lange slanke vingers die aangepast zijn aan het manipulatieve zoeken van verborgen dierlijke prooien. Deze eigenschap blijkt nu ook nuttig voor het verwijderen van A. depressa zaden.
Daarnaast was het bezoekpercentage aan de clusters bromelia´s ook zeer laag: de goudkopleeuwapen verbleven in totaal 74 minuten in de clusters, minder dan 2% van de totale waarnemingstijd. Dit, in combinatie met het feit dat waarschijnlijk heel weinig vruchteneters in staat zijn om succesvol de vruchten van A. depressa te manipuleren suggereert dat goudkopleeuwapen uiterst belangrijk zijn voor het behoud van de Aechmea populaties. Gezien het aantal goudkopleeuwapen in het hele verspreidingsgebied in dalende lijn gaat, betekent dit dat ook de bromeliapopulaties op lange termijn hiervan negatieve gevolgen zullen lijden.
Meer details vindt u in de publicatie: Fontoura, T. ; Cazetta, E., Nascimento, W. ; Catenacci, L. ; De Vleeschouwer, K. and Raboy, B. E. Diurnal frugivores on the Bromeliaceae Aechmea depressa L.B. Sm. from northeastern Brazil: the prominent role taken by a small forest primate. Biota Neotrop. Oct/Dec 2010 vol.10, no. 4. ISSN 1676-0603.
Kristel De Vleeschouwer - CRC/BioBrasil
Posts tonen met het label Biobrasil. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Biobrasil. Alle posts tonen
donderdag 11 november 2010
vrijdag 29 januari 2010
Samen bouwen aan het woud
Goudkopleeuwapen dragen zelf bij aan het herstel van het woud waarvan hun voortbestaan afhankelijk is. Dat is de voornaamste conclusie uit recente wetenschappelijke publicaties van Lilian Catenacci en Kristel De Vleeschouwer, beiden medewerkers van het KMDA conservatieproject BioBrasil in Brazilië. Jarenlang bestudeerde het onderzoeksteam de uitwerpselen van goudkopleeuwapen in het Una reservaat in de Atlantische kustwouden van Bahia, Brazilië. Uit het onderzoek bleek dat de kleine aapjes zaden verspreiden van maar liefts 23 boomsoorten, en dat ze de belangrijkste verspreiders zijn van zaden van bromelia’s. Doordat ze verschillende woudtypes bezoeken en daar hun waardevolle vrachtje achterlaten, dragen de leeuwaapjes bij tot de overleving en verspreiding van verschillende boomsoorten en epifyten, en zorgen ze zelf voor de regeneratie van verstoorde woudfragmenten.
Een tweede publicatie beschrijft de eigenschappen en voedingswaarde van de vruchten die door goudkopleeuwapen gegeten worden. Het blijken vooral kleine, zachte en sappige vruchten met veel suikers en vetten te zijn die hun voorkeur hebben. Maar de diertjes zijn zeer gemakkelijk in die keuze, want hun dieet wordt vooral bepaald door wat er op dat moment voorhanden is in hun leefgebied eerder dan de voorkeur voor specifieke vruchten.
Dit is zeer relevante kennis, omdat we zo een duidelijk beeld krijgen van de levenswijze en noden van goudkopleeuwapen in deze gedegradeerde gebieden. De overleving van de diertjes wordt namelijk bedreigd door de sterke achteruitgang en versnippering van hun leefgebied. De onderzoekers van BioBrasil bestuderen al sinds 2002 de ecologie, het gedrag en de populatiedynamiek van goudkopleeuwapen in het Atlantische kustwoud van Zuid-Bahia. De jarenlang vergaarde kennis zal de basis vormen voor een conservatie-actieplan voor de soort. Daarbij worden concrete acties ontwikkeld om de overleving van de dieren en hun habitat op lange termijn veilig te stellen, door bijvoorbeeld het oppervlakte beschermd woud te vergroten, woudfragmenten onderling te verbinden, en verdere versnippering van het woud tegen te gaan. Zo bouwen we samen met de leeuwaapjes aan een nieuwe toekomst voor de Atlantische kustwouden van Brazilië.
Kristel De Vleeschouwer
Een tweede publicatie beschrijft de eigenschappen en voedingswaarde van de vruchten die door goudkopleeuwapen gegeten worden. Het blijken vooral kleine, zachte en sappige vruchten met veel suikers en vetten te zijn die hun voorkeur hebben. Maar de diertjes zijn zeer gemakkelijk in die keuze, want hun dieet wordt vooral bepaald door wat er op dat moment voorhanden is in hun leefgebied eerder dan de voorkeur voor specifieke vruchten.
Dit is zeer relevante kennis, omdat we zo een duidelijk beeld krijgen van de levenswijze en noden van goudkopleeuwapen in deze gedegradeerde gebieden. De overleving van de diertjes wordt namelijk bedreigd door de sterke achteruitgang en versnippering van hun leefgebied. De onderzoekers van BioBrasil bestuderen al sinds 2002 de ecologie, het gedrag en de populatiedynamiek van goudkopleeuwapen in het Atlantische kustwoud van Zuid-Bahia. De jarenlang vergaarde kennis zal de basis vormen voor een conservatie-actieplan voor de soort. Daarbij worden concrete acties ontwikkeld om de overleving van de dieren en hun habitat op lange termijn veilig te stellen, door bijvoorbeeld het oppervlakte beschermd woud te vergroten, woudfragmenten onderling te verbinden, en verdere versnippering van het woud tegen te gaan. Zo bouwen we samen met de leeuwaapjes aan een nieuwe toekomst voor de Atlantische kustwouden van Brazilië.
Kristel De Vleeschouwer
vrijdag 24 juli 2009
Wat een dode poema vertelt
Een laagvliegende troep kalkoengieren die in cirkels rondvliegt in het veld voorspelt veelal niet veel goeds …Maandagmorgen 20 juli was het onderzoeksteam van Project BioBrasil op weg naar het veld. Op een 100 tal meter van het veldstation zagen ze ineens een hele troep van de bekende zwarte vogels op en vlak boven de grond, wat erop wees dat een dier dichtbij gestorven was. Bij het naderen wachtte een verrassing… aan de rand van de weg lag een dode poema, een jong vrouwtje. Het kadaver was nog in relatief goede staat: niet opgeblazen en vooralsnog geen lijkgeur (doch dat zou snel veranderen…). Blijkbaar was het dier in de vroege morgenuren gestorven. Een vaag spoor in het struikgewas op de plaats waar ze lag suggereerde dat ze zich vanuit een plek in het woud naar de weg had gesleept en daar gestorven was. De ogenschijnlijk goede conditie van het dier, en een ronde opening in de borststreek deed ons vermoeden dat het hier misschien niet om een natuurlijke dood ging…
Gelukkig hebben we een dierenartse in het team, Lilian Catenacci, dus die werd onmiddellijk opgetrommeld om de necropsie te verrichten. Na het nemen van een aantal foto’s begonnen we eraan…Allereerst deed Lilian een extern onderzoek. Dat leverde geen sporen op van geweld, een gevecht met andere dieren, of gebroken botten die op een doodsoorzaak zouden kunnen wijzen. De huid was glanzend dik, en het dier leek perfect gezond toen het stierf. Er waren wel drie gaten in de huid, één ter hoogte van de borststreek, één op binnenkant van de rechtervoorpoot en één op de rechterachterpoot. Waar de twee laatste enigszins langwerpig waren en wellicht het werk van kalkoengieren, was de opening in de borststreek perfect rond.
Een volgende stap was het verwijderen van de huid. Die zouden we voorbereiden en doneren aan de plaatselijke universiteit van Santa Cruz. Daarbij vielen ons drie zaken op:
Onderzoek van de maaginhoud toonde aan dat het vrouwtje net gegeten had toen ze gestorven was. Er zat nog onverteerd rood vlees in de maag. Opnieuw een suggestie dat ze voor de rest in perfecte gezondheidsstaat verkeerde.
Het kanaal waarlangs het projectiel was binnengedrongen vertoonde geen brandsporen, wat erop kan wijzen dat het om een pijlwonde ging. Hoewel weinig frequent zijn er nog jagers in de omgeving die deze methode gebruiken, omdat ze geluidloos is. Na het schot volgen ze het gewonde dier en trekken de pijl uit de wonde nadat het gestorven is. Op die manier laat de methode geen enkel spoor na.
Dit dier is dus hoogstwaarschijnlijk het slachtoffer geworden van een jager. Het reservaat zou een veilige haven moeten zijn, maar dat is duidelijk niet altijd het geval. Het onderzoeksteam registreert sinds een tweetal jaren regelmatig de aanwezigheid van vreemde personen, geweerschoten, jachthonden en vallen in het studiegebied, wat ook het lopende onderzoek op de goudkopleeuwaapjes niet ten goede komt. Het gaat hier niet om jagers die jagen voor hun voedsel, doch zogenaamde ‘plezierjagers’ die het aangeschoten dier niet altijd meenemen. Verantwoordelijke voor de bewaking van het reservaat is een team van het Instituut Chico Mendes voor Biodiversiteit. Doch een auto die regelmatig in panne ligt, een slechte uitrusting van de wachters van het reservaat, en gebrek aan mankracht maken dat dit niet voldoende kan gebeuren. We hopen dat de dood van dit vrouwtje en de wijze waarop een aanleiding zal zijn om het probleem strenger aan te pakken.
Kristel De Vleeschouwer, Lilian Catenacci en Carlos Cordeiro.
Gelukkig hebben we een dierenartse in het team, Lilian Catenacci, dus die werd onmiddellijk opgetrommeld om de necropsie te verrichten. Na het nemen van een aantal foto’s begonnen we eraan…Allereerst deed Lilian een extern onderzoek. Dat leverde geen sporen op van geweld, een gevecht met andere dieren, of gebroken botten die op een doodsoorzaak zouden kunnen wijzen. De huid was glanzend dik, en het dier leek perfect gezond toen het stierf. Er waren wel drie gaten in de huid, één ter hoogte van de borststreek, één op binnenkant van de rechtervoorpoot en één op de rechterachterpoot. Waar de twee laatste enigszins langwerpig waren en wellicht het werk van kalkoengieren, was de opening in de borststreek perfect rond.
Een volgende stap was het verwijderen van de huid. Die zouden we voorbereiden en doneren aan de plaatselijke universiteit van Santa Cruz. Daarbij vielen ons drie zaken op:
1) Op de plaats van de wonde in de borststreek was de spier en het weefsel eronder zeer sterk beschadigd. Aan de andere kant, op de plaats van de wonde aan de poten, was dit niet het geval. Opnieuw een suggestie dat de wonde in de borststreek een andere oorzaak had dan die aan de poten.
2) De zone van de borststreek en de nek waren zeer sterk doorbloed, terwijl de rest van het lichaam eerder bleek was. Dit suggereerde een interne bloeding en een versterkte bloedstroom naar de borst en de hersenen, ten koste van de bevoorrading van de rest van het lichaam.
3) Het dier was in een zeer goede conditie: stevige vetlaag, goed ontwikkelde spieren, sterk ontwikkelde ligamenten.Na het verwijderen van de huid sneed Lilian het dier open om het interne onderzoek te doen. In de borststreek had er een heel sterke bloeding plaatsgehad. Vanaf de opening in de huid van de borststreek was er een kanaal gevormd tot aan het borstbeen. Dit suggereerde dat een projectiel met grote impact in het lichaam binnengedrongen was, en daar een extensieve interne bloeding veroorzaakt had. Deze bloeding heeft de dood van het dier tot gevolg gehad. We zochten nog naar een kogel in het lichaam doch vonden er geen.
Onderzoek van de maaginhoud toonde aan dat het vrouwtje net gegeten had toen ze gestorven was. Er zat nog onverteerd rood vlees in de maag. Opnieuw een suggestie dat ze voor de rest in perfecte gezondheidsstaat verkeerde.
Het kanaal waarlangs het projectiel was binnengedrongen vertoonde geen brandsporen, wat erop kan wijzen dat het om een pijlwonde ging. Hoewel weinig frequent zijn er nog jagers in de omgeving die deze methode gebruiken, omdat ze geluidloos is. Na het schot volgen ze het gewonde dier en trekken de pijl uit de wonde nadat het gestorven is. Op die manier laat de methode geen enkel spoor na.
Dit dier is dus hoogstwaarschijnlijk het slachtoffer geworden van een jager. Het reservaat zou een veilige haven moeten zijn, maar dat is duidelijk niet altijd het geval. Het onderzoeksteam registreert sinds een tweetal jaren regelmatig de aanwezigheid van vreemde personen, geweerschoten, jachthonden en vallen in het studiegebied, wat ook het lopende onderzoek op de goudkopleeuwaapjes niet ten goede komt. Het gaat hier niet om jagers die jagen voor hun voedsel, doch zogenaamde ‘plezierjagers’ die het aangeschoten dier niet altijd meenemen. Verantwoordelijke voor de bewaking van het reservaat is een team van het Instituut Chico Mendes voor Biodiversiteit. Doch een auto die regelmatig in panne ligt, een slechte uitrusting van de wachters van het reservaat, en gebrek aan mankracht maken dat dit niet voldoende kan gebeuren. We hopen dat de dood van dit vrouwtje en de wijze waarop een aanleiding zal zijn om het probleem strenger aan te pakken.
Kristel De Vleeschouwer, Lilian Catenacci en Carlos Cordeiro.
Abonneren op:
Posts (Atom)

