Bonobo's maken voor de uitwisseling van voedsel voor diensten mogelijk gebruik van principes die we kennen uit de economie, zo blijkt uit recent onderzoek in Planckendael Biologen en antropologen zijn erg geïnteresseerd in voedseldelen bij mensapen. We weten namelijk dat mensapen en andere primaten voedsel wederkerig kunnen uitwisselen (“als ik vandaag van jou een appel krijg, krijg jij er later eentje van mij”), maar voedsel kan ook uitgewisseld worden voor een andere pasmunt, bijvoorbeeld vlooien (“als jij mij veel vlooit, dan krijg jij van mij een appel”). Door dit soort “biologische markten” bij apen en andere dieren te bestuderen, hopen we te leren hoe dit gedrag bij mensen is geëvolueerd. Eerder onderzoek in Planckendael, en in de zoo van San Diego, toonde aan dat bonobo’s minder tolerant voedsel delen dan chimpansees. Bonobo’s stelen vaker voedsel van elkaar, geven het minder gemakkelijk weg en delen minder wederkerig dan chimpansees. Het onderzoek dat werd uitgevoerd in 2008 in Planckendael suggereerde dat dit kwam omdat de dominantiehiërarchie bij bonobo’s strikter is dan bij chimpansees.
Na dit onderzoek verhuisde een groot deel van de Planckendaelse bonobo’s naar andere dierentuinen in het kader van het kweekprogramma, en kwamen nieuwe dieren naar Planckendael. Een ideale situatie om in de zomer van 2010 dezelfde studie te hernemen met nieuwe studiedieren. Daarom trok Evelien De Groot, studente biologie aan de Universiteit Antwerpen, gewapend met papieren zakken vol bonobo-voer naar Planckendael. Door het voedsel in de zakken aan te bieden, kon één bonobo het voedsel gemakkelijker monopoliseren, en kon Evelien kijken wie er vervolgens mocht mee-eten. In het tweede deel van de studie kregen de bonobo’s bundels wilgentakken aangeboden. Door in deze twee verschillende contexten voedseldelen te stimuleren, kon er eveneens gekeken worden naar de invloed van het aanbod (zakken voedsel/bundel takken) op het voorkomen van de uitwisseling van voedsel. Takken zijn immers gemakkelijker te verdelen onder de dieren en men verwacht hierbij dus minder competitie en meer wederkerig voedseldelen, dan bij de sterk monopoliseerbare en dus moeilijker te verdelen zakken met voedsel.
Uit de resultaten kwam naar voor dat in tegenstelling tot de eerdere studies, de bonobo’s van de nieuwe groep toleranter waren in voedseldelen, hoewel er een zeer duidelijke en steile hiërarchie was. Voedsel werd niet wederkerig uitgewisseld, maar werd wel geruild voor vlooigedrag en omgekeerd. Dit wijst mogelijk op het bestaan van een biologische uitwisselingsmarkt. Was er voldoende tolerantie (bij minder competitie: de wilgcontext), dan werd er vaker toegestaan om voedsel te nemen. Verder was er een sterke invloed van verwantschap (vooral moeder Lina deelde veel voedsel met haar twee zonen Lucuma en Louisoko). Het grote verschil tussen de resultaten van de huidige en de vorige studie kan te wijten zijn aan de invloed van de groepssamenstelling en de persoonlijkheden van de dieren. Over het belang van persoonlijkheid in sociale relaties, wordt nu verder onderzoek verricht in Planckendael door doctoraatstudente Nicky Staes.
Evelien De Groot / Jeroen Stevens
Posts tonen met het label mensapen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mensapen. Alle posts tonen
dinsdag 4 oktober 2011
vrijdag 19 november 2010
Internationale erkenning voor onderzoek in Kameroen
Het werk van het CRC in Kameroen heeft de afgelopen maanden internationale erkenning geboekt. Voor onze wetenschappelijke en conservatieactiviteiten in Kameroen ontvingen we enkele belangrijke beurzen.
Onze doctoraatstudent Charles-Albert Petre wist zich te verzekeren van een doctoraatsbeurs van de Federale Overheid (Federaal Wetenschapsbeleid - BELSPO) om zijn project in Kameroen aan zaadverspreiding door gorilla's voort te zetten. In dit project werkt het CRC samen met het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) en de Universiteit voor Agronomie in Gembloux om te bepalen of gorilla's met zaden die zij verspreiden met hun mest een positieve bijdrage leveren aan de herbebossing van gekapte bossen in Kameroen.
In September, tijdens de lancering van de nieuwe conservatiecampagne van de Europese Dierentuinvereniging EAZA, werd Projet Grands Singes verkozen als een van de projecten die in het zonnetje gezet zullen worden. De meer dan 300 EAZA dierentuinen zullen in 2011 tijdens de EAZA APE-campagne een heel jaar aandacht vragen en geld inzamelen ten behoeve van de bescherming van chimpanzees, bonobo’s, gorilla’s orang-oetans, en gibbons. De campagne richt zich op de drie belangrijkste oorzaken die het voortbestaan van mensapen in de natuur bedreigen: het verlies van geschikte leefgebieden, de illegale jacht en handel in apen, en de steeds grotere rol die besmettelijke ziektes spelen in het voortbestaan van mensapen. De KMDA is de hoofdpartner van het Dja Biosphere Reserve Project, een samenwerkingsverband met de London Zoo en Bristol Zoo dat tracht een bijdrage te leveren aan het duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen en de biodiversiteit in Kameroen. Om in hun inkomen te voorzien jaagt de lokale bevolking rond het natuurreservaat van de Dja jaagt op verschillende diersoorten waaronder westelijke laaglandgorilla's en chimpansees. In samenwerking met de lokale bevolking ontwikkelen we een plan voor duurzame jacht in het bos, en werken we samen aan kleinschalige economische activiteiten als alternatief voor de illegale stroperij. Met 35 dorpsgemeenschappen rond het Dja reservaat willen we niet-duurzame activiteiten in het bos, en met name de jacht op apen verminderen.
Voor een van de projecten in samenwerking met de Belgische organisatie Ape Assistance (Apas), ontvingen we van de Arcus Foundation een geldbedrag van US$ 50.000 om kleinschalige cacaoteelt op te zetten in de dorpen. Deze organisatie ondersteunt vooral programma’s die duurzame ontwikkeling en wetenschappelijk onderzoek gebruiken voor de bescherming van mensapen in de natuur. Daarnaast ontvingen we in september nog een prijs ter waarde van €40.000 van de US Fish and Wildlife Service om te voorzien in alternatieven voor de ilegale stroperij.
Nikki Tagg, Zjef Pereboom / PGS-CRC
Foto: Anne de Graaf / EFICO Foundation
Onze doctoraatstudent Charles-Albert Petre wist zich te verzekeren van een doctoraatsbeurs van de Federale Overheid (Federaal Wetenschapsbeleid - BELSPO) om zijn project in Kameroen aan zaadverspreiding door gorilla's voort te zetten. In dit project werkt het CRC samen met het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) en de Universiteit voor Agronomie in Gembloux om te bepalen of gorilla's met zaden die zij verspreiden met hun mest een positieve bijdrage leveren aan de herbebossing van gekapte bossen in Kameroen.
In September, tijdens de lancering van de nieuwe conservatiecampagne van de Europese Dierentuinvereniging EAZA, werd Projet Grands Singes verkozen als een van de projecten die in het zonnetje gezet zullen worden. De meer dan 300 EAZA dierentuinen zullen in 2011 tijdens de EAZA APE-campagne een heel jaar aandacht vragen en geld inzamelen ten behoeve van de bescherming van chimpanzees, bonobo’s, gorilla’s orang-oetans, en gibbons. De campagne richt zich op de drie belangrijkste oorzaken die het voortbestaan van mensapen in de natuur bedreigen: het verlies van geschikte leefgebieden, de illegale jacht en handel in apen, en de steeds grotere rol die besmettelijke ziektes spelen in het voortbestaan van mensapen. De KMDA is de hoofdpartner van het Dja Biosphere Reserve Project, een samenwerkingsverband met de London Zoo en Bristol Zoo dat tracht een bijdrage te leveren aan het duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen en de biodiversiteit in Kameroen. Om in hun inkomen te voorzien jaagt de lokale bevolking rond het natuurreservaat van de Dja jaagt op verschillende diersoorten waaronder westelijke laaglandgorilla's en chimpansees. In samenwerking met de lokale bevolking ontwikkelen we een plan voor duurzame jacht in het bos, en werken we samen aan kleinschalige economische activiteiten als alternatief voor de illegale stroperij. Met 35 dorpsgemeenschappen rond het Dja reservaat willen we niet-duurzame activiteiten in het bos, en met name de jacht op apen verminderen.
Voor een van de projecten in samenwerking met de Belgische organisatie Ape Assistance (Apas), ontvingen we van de Arcus Foundation een geldbedrag van US$ 50.000 om kleinschalige cacaoteelt op te zetten in de dorpen. Deze organisatie ondersteunt vooral programma’s die duurzame ontwikkeling en wetenschappelijk onderzoek gebruiken voor de bescherming van mensapen in de natuur. Daarnaast ontvingen we in september nog een prijs ter waarde van €40.000 van de US Fish and Wildlife Service om te voorzien in alternatieven voor de ilegale stroperij.
Nikki Tagg, Zjef Pereboom / PGS-CRC
Foto: Anne de Graaf / EFICO Foundation
dinsdag 9 november 2010
Zijn gibbons wel goede “slingerapen”?
Om dit te onderzoeken, hebben we de hulp ingeroepen van de siamangs in de Zoo. In hun buitenverblijf plaatsten we een opstelling waarvan we de handgrepen makkelijk op verschillende hoogtes en afstanden kunnen plaatsen en we kunnen ze zelfs laten doorveren. De siamangs blijken zeer bereid om hun kunsten te vertonen wanneer we ze belonen met wat eten (dat uiteraard afkomstig is uit hun natuurlijk dieet). Wanneer ze over en weer slingeren filmen we hun bewegingen met vier camera’s tegelijkertijd en meten we de krachten die ze uitoefenen op de handgrepen. Met deze informatie kunnen we heel wat berekeningen doen.
Hoewel we nog volop bezig zijn met deze informatie te verwerken en nieuwe informatie te verzamelen op nog ingewikkeldere opstellingen, kunnen we toch al een paar voorzichtige besluiten trekken. Het blijkt voornamelijk de voortbewegingssnelheid te zijn die de energie-uitwisseling bepaalt en niet de complexiteit van de opstelling. Wanneer een siamang sneller gaat slingeren gaat hij minder energie uitwisselen MAAR de algemene kost van het slingeren blijkt lager te zijn. De siamang houdt dus in elke omstandigheid zijn nettokost hetzelfde: als hij traag gaat is de algemene kost hoog, maar recycleert hij veel van deze energie; als hij sneller gaat, is de algemene kost laag en recycleert hij veel minder. Simpel gezegd zou dit bij mensen kunnen betekenen dat we even moe worden van bergop gaan als van bergaf gaan.
Voorlopig lijkt het dus dat siamangs steeds met dezelfde kost slingeren, ongeacht de complexiteit van de opstelling. Maar hoe ze dat juist aanpakken, daar zijn we nog niet helemaal uit.
Fana Michilsens
Universiteit Antwerpen-FWO / CRC
woensdag 9 december 2009
Eten wat het bos schaft
Maandag duiker-dag, woensdag colobus-dag, en op zondag een steak van bosolifant of een terrine van laaglandgorilla op het menu!? Voor u misschien een ongewoon en gruwelijk idee, maar voor een groot deel van de armere bevolking in Afrika en Azië dagelijkse praktijk. Het verdwijnen van wilde dieren door niet-duurzame jachtpraktijken is niet alleen een bedreiging voor de biodiversiteit, maar op de lange duur ook voor de lokale bevolking zelf die afhankelijk is van woudvlees (bushmeat) voor hun voorziening in dierlijke eiwitten en inkomsten.
Projet Grands Singes (PGS), een van de conservatieprojecten van de KMDA, combineert wetenschappelijk onderzoek naar chimpansees, gorilla’s en hun leefomgeving met natuurbescherming en rurale ontwikkeling. Om de zogenaamde ‘bushmeat crisis’ het hoofd te bieden nemen we alle ecologische, sociologische en economische factoren die een rol spelen bij de jacht op woudvlees in beschouwing, en werken intensief samen met alle betrokken partijen, van de lokale bevolking tot de Kameroenese overheid. In nauw overleg met een Community Wildlife Management Committee, een vertegenwoordiging van al deze partijen, heeft PGS een jachtbeheersplan opgesteld met als doel de duurzame jacht te bevorderen. In principe geeft dit plan aan waar, wanneer en hoeveel elk van de dorpelingen mag jagen. Om alternatieve inkomstenbronnen te creëren en zo de commerciële jacht terug te dringen werden kleinschalige economische projecten opgestart, zoals georganiseerde teelt van cacao. PGS realiseerde ook een dorpswinkel waar producten zoals rijst en zeep kunnen worden gekocht met de opbrengst van deze nieuwe economische activiteiten in de dorpen.
Om de effectiviteit van de aanwezigheid en strategie van PGS te kunnen onderzoeken werkten we in 2009 aan een socio-economische studie in het gebied. Een team van PGS onderzoekers verzamelde gedetailleerde informatie over de jachtdruk, de jachtinspanningen, de economie van de huishoudens en het lokale dieet in de dorpen Malen V, Doumo-Pierre en Mimpala, en de aanwezigheid van wilde dieren het omliggende regenwoud. De gegevens werden vervolgens vergeleken met vergelijkbare gegevens die tussen 2002 en 2006 in dezelfde dorpen waren verzameld.
De resultaten lieten zien dat de dorpelingen het meeste geld verdienen door teelt en de verkoop van cacao, het werk dat zij verrichten voor PGS in het woud, en….de verkoop van woudvlees. Ondanks het feit dat PGS werkzame alternatieven voor stroperij heeft gecreëerd, de dorpswinkel intensief bleek te worden gebruikt, het totaal aantal gedode dieren per jager is afgenomen, en er veel minder voor eigen gebruik werd gejaagd, wijzen de resultaten erop dat de intensiteit van het jagen toch sterk is toegenomen. Desondanks lijkt deze toename geen direkt negatief effect te hebben op de aanwezigheid van wilde dieren in het woud.
De toename van de jachtactiviteiten wordt mogelijk veroorzaakt doordat het aantal jagers is gestegen, dat de jacht steeds vaker gebeurt met illegale geweren en dat er vooral voor commerciële doeleinden wordt gejaagd. Het meeste bushmeat bleek inderdaad aan handelaren van buiten het dorp te worden verkocht voor de markten in de stedelijke gebieden. De toename van de jacht kan verder deels verklaard worden doordat PGS in de periode 2005-2006 minder actief is geweest.
De resultaten lieten zien dat de dorpelingen het meeste geld verdienen door teelt en de verkoop van cacao, het werk dat zij verrichten voor PGS in het woud, en….de verkoop van woudvlees. Ondanks het feit dat PGS werkzame alternatieven voor stroperij heeft gecreëerd, de dorpswinkel intensief bleek te worden gebruikt, het totaal aantal gedode dieren per jager is afgenomen, en er veel minder voor eigen gebruik werd gejaagd, wijzen de resultaten erop dat de intensiteit van het jagen toch sterk is toegenomen. Desondanks lijkt deze toename geen direkt negatief effect te hebben op de aanwezigheid van wilde dieren in het woud.
De toename van de jachtactiviteiten wordt mogelijk veroorzaakt doordat het aantal jagers is gestegen, dat de jacht steeds vaker gebeurt met illegale geweren en dat er vooral voor commerciële doeleinden wordt gejaagd. Het meeste bushmeat bleek inderdaad aan handelaren van buiten het dorp te worden verkocht voor de markten in de stedelijke gebieden. De toename van de jacht kan verder deels verklaard worden doordat PGS in de periode 2005-2006 minder actief is geweest.
Kortom, voor de lokale economie en het levenskwaliteit van de participerende dorpen lijkt de gevoerde strategie tot op zekere hoogte effectief te zijn. Verder onderzoek moet de details nog uitklaren. Om daadwerkelijk op de lange termijn de niet-duurzame jacht op woudvlees te ontmoedigen is een hechte samenwerking met andere belanghebbende organisaties en strengere strafmaatregels voor illegale jagers essentieel, net zoals de continuïteit van inkomsten genererende microprojecten en intensieve bewustwordingscampagnes.
Inge Luyten & Nikki Tagg
woensdag 14 oktober 2009
Liegen om het hardst
Apen kunnen liegen dat het barst als er voedsel in het spel is, zo bleek uit een recente publicatie. In Planckendael wisten we dat al langer. Ook onze bonobo’s liegen er vrolijk op los.
In het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the Royal Society B beschrijven de onderzoekers een onderzoek met kapucijnaapjes in Argentinië. Gewoonlijk waarschuwen kapucijnaapjes hun groepsleden bij naderend gevaar met alarmkreten. Maar het onderzoek beschrijft dat kapucijnapen dezelfde alarmkreten misbruiken als ze ergens eten vinden, waarna de anderen hun aandacht op de denkbeeldige vijand richten in plaats van op het voedsel. De onderzoekers deden een experiment waarbij ze stukjes fruit verstopten en observeerden wat er gebeurt als een kapucijnaap het fruit vindt. Daarbij letten ze vooral op wie, wanneer, en hoe vaak er een alarmkreet geslaakt werd, en hoe de groepsleden reageerden.
Het bleek dat dominante dieren - zoals te verwachten - geen bedrog nodig hebben om hun beloning op te eisen. Het dier met de hoogste rang in de groep sloeg zelden of nooit vals alarm; ondergeschikte dieren des te meer. Daarnaast bleek dat er vaker alarmkreten gegeven worden als er méér potentiële concurrenten zijn, of als er meer voedsel werd ontdekt en dus wanneer de beloning hoger is. Een overduidelijke aanwijzing dus dat sommige apen de boel belazeren om een voordeeltje te behalen. Of dit bewuste bedriegerij is valt moeilijk te bewijzen. Immers, de diertjes kunnen dit gedrag ook vertonen omdat ze simpelweg hebben ervaren dat ze met het slaken van alarmkreten meer voedsel bemachtigen.In het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the Royal Society B beschrijven de onderzoekers een onderzoek met kapucijnaapjes in Argentinië. Gewoonlijk waarschuwen kapucijnaapjes hun groepsleden bij naderend gevaar met alarmkreten. Maar het onderzoek beschrijft dat kapucijnapen dezelfde alarmkreten misbruiken als ze ergens eten vinden, waarna de anderen hun aandacht op de denkbeeldige vijand richten in plaats van op het voedsel. De onderzoekers deden een experiment waarbij ze stukjes fruit verstopten en observeerden wat er gebeurt als een kapucijnaap het fruit vindt. Daarbij letten ze vooral op wie, wanneer, en hoe vaak er een alarmkreet geslaakt werd, en hoe de groepsleden reageerden.
Onze bonobo’s in Planckendael kennen een vergelijkbare truc om hun groepsgenoten te misleiden, zo bleek uit CRC onderzoek door Ellen Van Krunkelsven en Lien Verstraete van enkele jaren geleden. Bonobo’s slaken vaak luide kreten van opwinding wanneer ze voedsel vinden in hun verblijf. Uit observaties bleek het vooral de dominante vrouwtjes waren die hun opwinding lieten blijken als zij als eerste het voedsel ontdekten. Experimenten bevestigden dat mannetjes en ondergeschikte vrouwtjes hun kreten onderdrukken, maar als ze dit in hun opwinding een keertje vergaten, de hooggerangde dieren er als de kippen bijwaren om het voedsel af te pakken. Klaarblijkelijk trekt al dat geroep de aandacht van de anderen, en loopt je zo de kans je kostbare vondst te moeten afstaan aan een dominanter dier. Reden te meer dus om je enthousiasme zoveel mogelijk te beteugelen.
Het onderzoek wees ook uit dat de bonobo’s dit gedrag moeten aanleren en dat de sociale context een grote rol speelt hierbij. Jonge dieren onderdrukken hun opwinding niet, en er werd hen dus vaker voedsel afgepakt. Maar naarmate ze ouder werden gebruikten ze steeds vaker de tactiek om maar gewoon hun mond te houden, en met succes.....
Zjef Pereboom (CRC)
foto: Frans De Waal/PLOS
dinsdag 6 oktober 2009
Op de vlooienmarkt
Vlooigedrag gebeurt niet zomaar: biologen gaan ervan uit dat het gedrag voor de apen kostelijk is: de tijd die een aap besteedt aan het vlooien van een groepsgenoot, kan hij niet besteden aan het zoeken naar voedsel, of aan het zichzelf vlooien. Dus moeten apen keuzes maken: wie zal ik vlooien, en wat krijg ik ervoor terug? Vooral dat laatste houdt biologen die in Planckendael de bonobo’s onderzoeken al een vijftiental jaren bezig. Het blijkt immers dat verschillende soorten primaten bij het vlooien een marktmodel volgen, gebaseerd op de economische wetten van vraag en aanbod. Als er veel partners beschikbaar zijn, stijgt het aanbod, maar ook de vraag. Dergelijke “biologische marktmodellen” zijn hot topic. Uit onderzoek van Hilde Vervaecke en Jeroen Stevens is gebleken dat de bonobo’s ook andere diensten “betalen” met vlooigedrag: wie vaak een andere bonobo vlooit, kan bij ruzies rekenen op de steun van zijn vaste vlooipartner. Daarnaast is vlooien bij bonobo’s vooral wederkerig: “als jij mij vlooit, dan vlooi ik jou”. Wanneer we verschillende bonobogroepen in dierentuinen bekijken, zien we dat deze wederkerigheid samenhangt met de dominantiestijl van de groep: sommige groepen zijn despotisch, met een duidelijke, strikte rangorde en hier wordt minder wederkerig gevlooid. Andere groepen zijn eerder egalitair, alle dieren hebben meer gelijkaardige rangen, en in deze groepen gebeurt vlooien wel voornamelijk wederkerig. Mensengroepen gelden doorgaans als egalitair (toch in vergelijking met sommige apensoorten) en misschien ligt deze egalitaire samenleving dus wel aan de basis van onze neiging om diensten en wederdiensten te bewijzen?
Dit jaar neemt Nikki Staes, Master student aan de Universiteit van Antwerpen, het vlooigedrag van de bonobo’s in Planckendael nog nauwkeuriger onder de loep. Zij kijkt niet alleen naar hoe vaak de bonobo’s elkaar vlooien, maar ook of ze elkaar even lang vlooien. Een vlooisessie bestaat immers uit korte episodes waarbij de vlooipartners geregeld van rol veranderen: eerst vlooit bonobo A zijn groepsgenoot bonobo B voor een tijdje, en direct daarna is het de beurt aan bonobo B. We vragen ons nu af of ze daarbij min of meer bijhouden hoe lang ze gevlooid zijn en hun eigen vlooi investering daaraan aanpassen. Uit onderzoek van bavianen en makaken blijkt alvast dat zij in staat zijn om op die manier de rekening bij te houden. Maar capucijnapen en chimpansees, die als “intelligenter” te boek staan, balanceren nu juist niét op kortere termijn! Dus misschien gaat het niet om intelligentie, maar is ook dit weer terug te voeren op verschillen in dominantiestijl? De onderzoeken van Nikki zullen het hopelijk uitwijzen!
Nikki Staes (Universiteit Antwerpen) & Jeroen Stevens (CRC)
foto: Jeroen Stevens
vrijdag 5 juni 2009
Nieuwe mensen, nieuwe zaken
Deze zomer starten er in ons onderzoekscentrum CRC maar liefst 3 nieuwe doctoraatsprojecten. Op 1 juli start de Belgische student Charles-Albert Petre aan een onderzoek binnen het Project Grands Signes in Kameroen. Charles-Albert zal zich buigen over de rol van gorilla’s bij het herstel van selectief gekapte tropische bossen als gevolg van de verspreiding van zaden in hun mest. Het project is een samenwerking met een onderzoeksgroep van het Laboratoire de foresterie tropicale et subtropicale in Gembloux. lees meer >>>
Eveneens in juli begint de Kameroenese student Denis Ndeloh Etiendem aan een doctoraatsproject rond de biologie en genetica van z.g. Cross River gorilla’s in Kameroen en Nigeria, een gorilla soort waar nog maar erg weinig van geweten is. De KMDA werkt in dit project samen met de Wildlife Conservation Society uit New York en de Vrije Universiteit van Brussel. Voor zijn eerste jaar heeft Denis een beurs van National Geographic Society, en voor de overige jaren ontvangt hij geld van de Vlaamse Interuniversitaire Raad voor Universitaire Ontwikkelingsamenwerking (VLIR-UOS). lees meer >>>
De derde doctoraatsstudent is de Duitse Katja Wolfram die vanaf september een populatiegenetische studie doet aan de monniksgieren in het EEP kweekprogramma en de geherintroduceerde populaties in Zuid Europa. Zij wil in samenwerking met de Universiteit van Antwerpen en de University of East Anglia in het Verenigd Koninkrijk onderzoeken of er een genetische basis is voor partnerkeuze bij monniksgieren. De uiteindelijk doelstelling is om te adviseren over het beheer van deze bedreigde diersoort in dierentuinen en de natuur. lees meer >>>
Zjef Pereboom
Eveneens in juli begint de Kameroenese student Denis Ndeloh Etiendem aan een doctoraatsproject rond de biologie en genetica van z.g. Cross River gorilla’s in Kameroen en Nigeria, een gorilla soort waar nog maar erg weinig van geweten is. De KMDA werkt in dit project samen met de Wildlife Conservation Society uit New York en de Vrije Universiteit van Brussel. Voor zijn eerste jaar heeft Denis een beurs van National Geographic Society, en voor de overige jaren ontvangt hij geld van de Vlaamse Interuniversitaire Raad voor Universitaire Ontwikkelingsamenwerking (VLIR-UOS). lees meer >>>
De derde doctoraatsstudent is de Duitse Katja Wolfram die vanaf september een populatiegenetische studie doet aan de monniksgieren in het EEP kweekprogramma en de geherintroduceerde populaties in Zuid Europa. Zij wil in samenwerking met de Universiteit van Antwerpen en de University of East Anglia in het Verenigd Koninkrijk onderzoeken of er een genetische basis is voor partnerkeuze bij monniksgieren. De uiteindelijk doelstelling is om te adviseren over het beheer van deze bedreigde diersoort in dierentuinen en de natuur. lees meer >>>
Zjef Pereboom
vrijdag 27 februari 2009
Eerlijke choco uit Kameroen
Het ‘Projet Grands Singes’ (PGS) van KMDA is een uniek wetenschappelijk project dat onderzoek, natuurbehoud en duurzame ontwikkeling combineert in één programma. Het hoofddoel van PGS is de bescherming van chimpansees en gorilla’s door middel van wetenschappelijk onderzoek, en duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen te stimuleren van bij de lokale bevolking. De plattelandsbevolking in het zuidoosten van Kameroen is zeer arm en steunt grotendeels op de hen omringende natuurlijke hulpbronnen voor voedsel en inkomsten. Samen met de lokale bevolking en lokale overheden zoekt PGS naar alternatieve inkomensbronnen om zo de nood aan commerciële jachtpraktijken te verminderen.
Een van onze meest recente projecten is een programma om de cultivering van cacao te verbeteren in de plattelandsdorpen in de Noordelijke Periferie van het Dja Biosfeer Reservaat waar onze wetenschappers hun onderzoek doen. Voor dat project heeft het CRC een beurs ontvangen van €19.000 van het EFICO fonds, een bedrijfsfonds onder beheer van de Koning Boudewijn Stichting.
De cultivering van een lucratieve variëteit van cacao kan helpen om de armoede te verminderen en het negatieve effect op het milieu te reduceren door duurzame ontwikkeling te stimuleren. Met het geld van EFICO zal PGS materialen en technische trainingen voorzien in samenwerking met Dr Dibog van het IRAD, het Kameroenese onderzoeksinstituut voor agronomie. Samen met de bevolking worden zo nieuwe cacaoplantages gecreëerd, om enerzijds de levensstandaard te verbeteren en daarnaast bij te dragen tot de bescherming van de natuurlijke hulpbronnen en mensapen.
Nikki Tagg, Zjef Pereboom
Een van onze meest recente projecten is een programma om de cultivering van cacao te verbeteren in de plattelandsdorpen in de Noordelijke Periferie van het Dja Biosfeer Reservaat waar onze wetenschappers hun onderzoek doen. Voor dat project heeft het CRC een beurs ontvangen van €19.000 van het EFICO fonds, een bedrijfsfonds onder beheer van de Koning Boudewijn Stichting.
De cultivering van een lucratieve variëteit van cacao kan helpen om de armoede te verminderen en het negatieve effect op het milieu te reduceren door duurzame ontwikkeling te stimuleren. Met het geld van EFICO zal PGS materialen en technische trainingen voorzien in samenwerking met Dr Dibog van het IRAD, het Kameroenese onderzoeksinstituut voor agronomie. Samen met de bevolking worden zo nieuwe cacaoplantages gecreëerd, om enerzijds de levensstandaard te verbeteren en daarnaast bij te dragen tot de bescherming van de natuurlijke hulpbronnen en mensapen.
Nikki Tagg, Zjef Pereboom
dinsdag 25 november 2008
Mensapen met mieren
In Centraal Afrika delen westelijke laaglandgorilla’s en chimpansees vaak dezelfde gebieden en hebben nagenoeg hetzelfde dieet. Om niet in elkaars vaarwater te zitten eten ze verschillende planten op verschillende momenten. Hoewel insecten een klein deel van hun menu uitmaken lijkt er daar ook sprake te zijn van verschillende strategieën. Op 22 april verdedigde Isra Deblauwe van het CRC haar proefschrift op de Universiteit Antwerpen. Dit is de allereerste studie waarbij het insectendieet van gorilla’s en chimpansees werd vergeleken en waarbij rekening gehouden werd met zowel de voedingswaarde van mieren en termieten als met ecologische omstandigheden in het woud.
Uit de studie bleek dat chimpansees en gorilla’s vooral termieten en mieren eten met erg zichtbare nesten of hoge activiteit, maar niet die soorten welke in de grootste aantallen aanwezig zijn. Om het insectendieet van beide mensapen in detail te bestuderen verzamelde en onderzocht Isra en haar medewerkers grote hoeveelheden mest van chimpansees en gorilla’s in het regenwoud van Zuidoost Kameroen. Uit die mest bepaalde ze aan de hand van de achtergebleven huidskeletjes welke insectensoorten de apen aten. Het studiegebied bleek uitzonderlijk veel soorten termieten en mieren te hebben, waarschijnlijk veroorzaakt door de variatie in woudtypes in het studiegebied.
De studie toont onder andere duidelijk aan dat chimpansees andere termieten en mieren eten dan gorilla’s. Die verschillen komen niet alleen doordat chimpansees werktuigen gebruiken en gorilla’s niet, maar vooral door de verschillen in noden en in de voedingswaarde van de insecten. Chimpansees eten bijvoorbeeld voornamelijk termieten wanneer er minder vruchten beschikbaar zijn. Deze termieten blijken veel energie te leveren die chimpansees normaal uit de vruchten halen. Gorilla’s eten echter termieten het hele jaar door en ze lijken dat voornamelijk te doen omdat ze daarmee waardevolle extra voedingstoffen binnen krijgen.
Behalve de wetenschappelijke kennis over het voedingsgedrag en het eten van insecten door mensapen, kunnen de resultaten van deze studie gebruikt worden in natuurbescherming. Alleen al het resultaat dat er naast chimpansees en gorilla’s zo bijzonder veel insectensoorten (en waarschijnlijk ook andere diersoorten) voorkomen, maakt het al de moeite waard om dit stukje Afrika te beschermen. Meer specifiek voor de zoogemeenschap kunnen deze resultaten belangrijke informatie opleveren voor de dieten van mensapen in dierentuinen.
Isra Deblauwe | Zjef Pereboom | CRC
Deblauwe I., De Koninck W. (2007) Diversity and distribution of ground-dwelling ants in a lowland rainforest in southeast Cameroon. Insectes Sociaux 54: 334-342 doi: 10.1007/s00040-007-0951-8
Deblauwe I., Dekoninck W. (2007) Spatio-temporal patterns of the ground-dwelling ant assemblages in a lowland rainforest in southeast Cameroon. Insectes Sociaux 54: 343-350 doi: 10.1007/s00040-007-0952-7
Deblauwe I, Janssens GP (2008) New insights in insect prey choice by chimpanzees and gorillas in southeast Cameroon: the role of nutritional value. Am J Phys Anthropol.: 135(1):42-55.
Deblauwe, Isra, Luc Dibog, Alain D. Missoup, Jef Dupain, Linda Van Elsacker, Wouter Dekoninck, Dries Bonte and Frederik Hendrickx (2008) Spatial scales affecting termite diversity in lowland rainforest: a case study in southeast Cameroon. Afr. J. Ecol. 46: 5-18
Deblauwe Isra (2008). Temporal variation in insect-eating by chimpanzees and gorillas in southeast Cameroon: extension of niche differentiation. International Journal of Primatology 46: 5-18
Uit de studie bleek dat chimpansees en gorilla’s vooral termieten en mieren eten met erg zichtbare nesten of hoge activiteit, maar niet die soorten welke in de grootste aantallen aanwezig zijn. Om het insectendieet van beide mensapen in detail te bestuderen verzamelde en onderzocht Isra en haar medewerkers grote hoeveelheden mest van chimpansees en gorilla’s in het regenwoud van Zuidoost Kameroen. Uit die mest bepaalde ze aan de hand van de achtergebleven huidskeletjes welke insectensoorten de apen aten. Het studiegebied bleek uitzonderlijk veel soorten termieten en mieren te hebben, waarschijnlijk veroorzaakt door de variatie in woudtypes in het studiegebied.
De studie toont onder andere duidelijk aan dat chimpansees andere termieten en mieren eten dan gorilla’s. Die verschillen komen niet alleen doordat chimpansees werktuigen gebruiken en gorilla’s niet, maar vooral door de verschillen in noden en in de voedingswaarde van de insecten. Chimpansees eten bijvoorbeeld voornamelijk termieten wanneer er minder vruchten beschikbaar zijn. Deze termieten blijken veel energie te leveren die chimpansees normaal uit de vruchten halen. Gorilla’s eten echter termieten het hele jaar door en ze lijken dat voornamelijk te doen omdat ze daarmee waardevolle extra voedingstoffen binnen krijgen.
Behalve de wetenschappelijke kennis over het voedingsgedrag en het eten van insecten door mensapen, kunnen de resultaten van deze studie gebruikt worden in natuurbescherming. Alleen al het resultaat dat er naast chimpansees en gorilla’s zo bijzonder veel insectensoorten (en waarschijnlijk ook andere diersoorten) voorkomen, maakt het al de moeite waard om dit stukje Afrika te beschermen. Meer specifiek voor de zoogemeenschap kunnen deze resultaten belangrijke informatie opleveren voor de dieten van mensapen in dierentuinen.
Isra Deblauwe | Zjef Pereboom | CRC
Deblauwe I., De Koninck W. (2007) Diversity and distribution of ground-dwelling ants in a lowland rainforest in southeast Cameroon. Insectes Sociaux 54: 334-342 doi: 10.1007/s00040-007-0951-8
Deblauwe I., Dekoninck W. (2007) Spatio-temporal patterns of the ground-dwelling ant assemblages in a lowland rainforest in southeast Cameroon. Insectes Sociaux 54: 343-350 doi: 10.1007/s00040-007-0952-7
Deblauwe I, Janssens GP (2008) New insights in insect prey choice by chimpanzees and gorillas in southeast Cameroon: the role of nutritional value. Am J Phys Anthropol.: 135(1):42-55.
Deblauwe, Isra, Luc Dibog, Alain D. Missoup, Jef Dupain, Linda Van Elsacker, Wouter Dekoninck, Dries Bonte and Frederik Hendrickx (2008) Spatial scales affecting termite diversity in lowland rainforest: a case study in southeast Cameroon. Afr. J. Ecol. 46: 5-18
Deblauwe Isra (2008). Temporal variation in insect-eating by chimpanzees and gorillas in southeast Cameroon: extension of niche differentiation. International Journal of Primatology 46: 5-18
Abonneren op:
Posts (Atom)

