Posts tonen met het label CRC. Alle posts tonen
Posts tonen met het label CRC. Alle posts tonen

dinsdag 7 december 2010

KMDA wetenschappers onthullen al hun geheimen

Tien dagen lang zette de Vlaamse Overheid wetenschap in de kijker. Op zondag 21 november, de Dag van de Wetenschap, en van 22 tot 28 november tijdens de Vlaamse Wetenschapsweek stelden tal van wetenschappelijke instellingen, universiteiten en hogescholen hun deuren open om het publiek in de gelegenheid te stellen wetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen van zeer dichtbij te beleven.
Ook de wetenschappers van de Zoo van Antwerpen zetten hun beste beentje voor. Op de dag van de Wetenschap vertelde Kristaan D’Août over hoe biomechanisch onderzoek aan gehandicapte dieren kan bijdragen aan het verbeteren van robots. In de week erna tijdens de activiteiten rond ‘Wetenschap in de Kijker’ kwamen leerlingen van 5de en 6de leerjaar lager onderwijs en de 2de en 3de graad secundair onderwijs experimenteren, observeren, analyseren en interpreteren in de Zoo en de labo’s van de KMDA.

Bij Dr Francis Vercammen konden de leerlingen terecht voor een heus onderzoek van meststalen. Aan de hand van parasitologisch onderzoek aan de uitwerpselen van dierentuindieren worden behandelingsschema’s opgesteld zodat de parasitaire ziekten worden voorkomen. De leerlingen voerden op deze dag zelf gestandaardiseerde parasitologische basistechnieken uit en bekeken onder deskundige leiding de resultaten onder de microscoop.

In het huwelijksbureau voor dieren konden leerlingen onder begeleiding van Peter Galbusera zelf eens ervaren hoe het is om te kweken met bedreigde diersoorten. In goede kweekprogramma’s is het noodzakelijk om inteelt te vermijden, elk individu gelijke reproductiekansen te bieden, en regelmatig dieren uit te wisselen tussen dierentuinen. De leerlingen konden zelf beslissen welke okapi’s tussen Europese dierentuinen moeten worden uitgewisseld om een genetisch gezonde populatie te behouden, en hun beslissingen werden daarna vergeleken met een louter op toeval gebaseerd kweekprogramma.

Bij het observeren van aapjes komt vaak veel meer kijken dan enkel bezien wat de diertjes zoal doen, zo leerden de leerlingen. Samen met gedragsbioloog Zjef Pereboom gingen de leerlingen zelf aan de slag om diergedrag te observeren in functie van wetenschappelijk onderzoek. Aan de hand van videomateriaal, groepsdiscussies en wat gezond verstand legden de leerlingen zelf de basis van hun mini-onderzoekje en ontwikkelden hun eigen ethogram. Daarna konden ze zelf proeven van een echte observatie bij de verschillende apensoorten in de Zoo, waarna de ervaringen en de resultaten in de groep besproken werden.

Voor de leerlingen die dit jaar deelnamen aan de wetenschapsweek heeft de wetenschap geen geheimen meer.

Zjef Pereboom



maandag 17 mei 2010

Europese samenwerking DNA onderzoekers

In het kader van het 7e Framework Programma van de Europese Unie werkt het CRC mee aan de oprichting van een initiatief om onze eigen Europese biodiversiteit te beschermen. Het internationale consortium van Europese DNA-wetenschappers met het acroniem CONGRESS (Conservation Genetic Resources for Effective Species Survival) heeft daartoe een beurs ontvangen van de Europese Unie ter waarde van maar liefts één miljoen euro.
Met dit geld zal het consortium een webportaal te maken waar de resultaten van genetisch onderzoek aan Europese dieren- en plantensoorten beschikbaar gesteld worden voor de beleidsmakers die beslissingen nemen over de bescherming van natuur in de Europa. Daarnaast zullen we samen met die beleidsmakers workshops en congressen organiseren om die informatie uit te wisselen. Vanuit België zal naast de KMDA ook het agentschap voor Natuur en Bos betrokken worden in het consortium.
In de laatste week van mei organiseerde het CRC het openingscongres van het project in de Zoo van Antwerpen. In 2011 zullen de CRCers voor het Nederlands taalgebeid een workshop organiseren waarbij we zoveel mogelijk wetenschappers en beleidsmakers uit Nederland en België bijeen gaan brengen. Dit alles past mooi in onze doelstellingen rond het jaar van de biodiversiteit. Behoud van biodiversiteit is immers één van de kerntaken van de KMDA. Biodiversiteit omvat niet enkel de verscheidenheid van ecosystemen en soorten maar ook van het DNA binnen elke soort, de genetische diversiteit. Net zoals bij mensen, bestaan er immers genetische verschillen tussen individuen. Deze verscheidenheid is cruciaal voor het voortbestaan van dieren- en plantensoorten, omdat dit mogelijkheden biedt om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden in het milieu.

Peter Galbusera, Zjef Pereboom



dinsdag 2 december 2008

Onderzoek en de KMDA

Wetenschappelijk onderzoek is een van de manieren voor de KMDA om bij te dragen aan conservatie. Voor die onderzoeksopdracht heeft de KMDA de beschikking over een eigen volledig toegerust onderzoekscentrum. Het Centre for Research and Conservation (CRC) bestaat uit een team van biologen, veeartsen, laboranten en studenten die zich bezig houden met wetenschappelijk onderzoek dat ten eerste kan helpen dieren op een verantwoorde manier te houden in dierentuinen, en ten tweede een bijdrage kan leveren aan het voortbestaan van een diersoort en hun natuurlijke leefmilieu.

Seks in de hoofdrol
De meest voor de hand liggende studieobjecten zijn natuurlijk diersoorten waar de KMDA al een boontje voor heeft, de dieren waar wij het kweekprogramma van beheren. Maar we werken ook met soorten waarin de KMDA een belangrijke rol speelt omdat we ofwel veel ervaring hebben met de kweek, of omdat we een groot deel van de totale populatie in huis hebben, of indien er een nood is aan onze specifieke expertise. Het meest vermaard zijn natuurlijk de bonobo’s van Planckendael. We onderzoeken daar onder andere hoe bonobo’s hun familieruzies oplossen en hoe zij zich met elkaar verzoenen nadien. Daarnaast wordt er momenteel hard gewerkt aan hoe bonobo’s hun “huishouden” organiseren en wat de rol van partnerkeuze is bij het voortplantingssucces van bonobo’s. Ondanks dat we al veel over bonobo’s geleerd hebben is het weten we nog steeds niet waarom sommige vrouwen een voorkeur voor een bepaald mannetje lijken te hebben. Dit zijn vragen die voor het kweekprogramma van bijzondere waarde zijn, en dit soort studies een voorbeeld voor andere kweekprogramma’s. Zo heeft het onderzoek naar het belang van partnerkeuze zich ook uitgebreid naar de monniksgieren. Het door de KMDA gecoördineerde kweekprogramma fungeert als bron voor herintroductieprojecten van monniksgieren in Frankrijk en Spanje, maar het huidige teleurstellende kweeksucces is een serieus gevaar voor het slagen van het volledige conservatieproject voor de soort. Uit ons onderzoek blijkt onder andere dat de tegenvallende kweekresultaten mogelijk veroorzaakt worden doordat wij niet weten hoe de dieren best te koppelen. Monnikgieren hebben immers een levenslange paarband, en nemen niet de eerste de beste als lief.

Stappen is soms een probleem
Binnen de KMDA wordt in de eerste plaats ook geprofiteerd van de beschikbaarheid van een unieke collectie dieren om experimentele gegevens aan te reiken in de discussies rond de evolutionaire oorsprong van het rechtop lopen bij onze verre voorouders. Ook hier spelen de bonobo’s en ook de gibbons een glansrol. De problemen die zij ondervinden bij het stappen kunnen ons inzicht verschaffen in onze eigen geschiedenis op twee benen. Daarnaast worden nieuwe technieken ontwikkeld en gebruikt die worden ingezet op bewegings-problematieken van meer praktische aard die specifiek zijn voor de zoo-wereld. Zo wordt gewerkt aan onderzoek naar de relatie tussen de aard van de bodem in een verblijf en hoef- en gewrichtsproblemen bij okapi’s. De onderzoeksmethoden die werden uitgewerkt voor deze studie, alsook de opgeleverde resultaten, zijn van grote waarde voor de huisvesting van hoefdieren in het algemeen.

DNA vul gaten in onze kennis
Het moderne DNA-labo biedt de KMDA een veelvoud aan praktische toepassingen en nieuwe onderzoeksmogelijkheden. Omdat bijvoorbeeld voor sommige vogelsoorten het geslacht moeilijk of niet uitwendig is te onderscheiden, is de genetische geslachtsbepaling cruciaal voor de kweekprogramma’s van allerlei vogelsoorten. Deze bepalingen gebeuren nu routinematig in de labo’s van de KMDA met behulp van DNA analyses. Maar DNA onderzoek is om nog een andere wijze belangrijk. Eén van de belangrijkste doestellingen binnen de kweekprogramma’s is om per diersoort zo veel mogelijk genetische diversiteit te behouden Alleen dan kan een diersoort op een verantwoorde manier gekweekt of behouden worden. Enkele diersoorten hebben om die reden een bevoorrechte positie en hun eigen DNA onderzoeksprojecten.

In het verleden werden op verschillende momenten nakomelingen van wilde hertzwijnen of babiroessa’s uit Indonesische dierentuinen naar Europese dierentuinen verscheept. Omdat we niet weten hoeveel wilde hertzwijnen aan de basis liggen van de kweek, willen we het aantal stamvaders en stammoeders achterhalen met behulp van DNA analyse. Zolang we niet weten hoe nauw de hertzwijnen die nu in dierentuinen leven aan elkaar verwant zijn kunnen we de verdere kweek dus moeilijk sturen. Ook voor het goudkopleeuwaapje bestuderen we de familiale banden tussen de dieren die vroeger vanuit Brazilië ingevoerd werden. Waarschijnlijk waren dat familiegroepjes, bestaande uit vader, moeder en de kinderen, wat tot gevolg heeft dat we mogelijk minder genetische variatie in de huidige dierentuinpopulatie hebben dan gedacht.

Het genetisch karakteriseren van de drie vermoedelijke ondersoorten van de soldatenara (en mogelijke hybriden) zal toelaten de kweek van deze ara’s ‘raszuiver’ te houden. Ten laatste willen we de genetische diversiteit van de kweekpopulatie van Kaapse zeepaardjes verifiëren en opvolgen. Daarvoor vergelijken we stalen van onze kweek met natuurlijke stalen. De eerste resultaten wijzen op een genetisch verarmde Antwerpse populatie.Ook de brilberen worden onder de loep worden genomen binnen een gezamenlijk project met de Universiteit Bolivië, de Universiteit Antwerpen en het 'Andean Bear specialist team' van de wereld conservatie organisatie IUCN. In de Zuidelijke Andes worden meststalen verzameld ism lokale onderzoekers om aldus meer te weten te komen over de verspreiding en populatiestructuur van deze soort.

Daarnaast kunnen we stellen dat het wetenschappelijk onderzoek door onze veeartsen bijdraagt aan de fysieke en mentale gezondheid van al onze dieren. Dit heeft uiteraard ook positieve gevolgen voor de realisatie van de doelstellingen van diverse kweekprogramma’s. Anderzijds proberen we met onze expertise ook een bijdrage te leveren aan het behoud van bedreigde diersoorten in hun natuurlijke leefomgeving. Daartoe is de KMDA momenteel actief in natuurbeschermingsprojecten in Vlaanderen (Natuurreservaat “De Zegge”), Kameroen en Brazilië, waar CRC-wetenschappers actief veldonderzoek doen en een directe invulling geven aan de natuurbehoudsmissie van de KMDA.

Zjef Pereboom

zaterdag 22 november 2008

Internationale belangstelling voor CRCers

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt zitten wetenschappers niet enkel en alleen op kantoor of in de bibliotheek, maar zij zijn ook vaak op weg. Veel van de onderzoeksresultaten van ons CRC-team worden op nationale en internationale congressen voorgesteld aan collega-onderzoekers van over de hele wereld. Hierbij een kleine selectie van de conferenties waar KMDA wetenschappers dit jaar hun werk lieten zien.


In het voorjaar woonden Jeroen Stevens en de studente Jule Gottschlich de jubileumconferentie (het 10e jaar) bij van de Vereniging van Britse and Ierse zoo’s (BIAZA - British and Irish Association of Zoos and Aquariums). Hier werd onder meer het werk van de stagiaires van de Katholieke Hogeschool Sint Lieven voorgesteld aan andere studenten en wetenschappers die onderzoek doen in dierentuinen. Jule Gottschlich bracht er het zeer gewaardeerde verhaal over het monniksgierenonderzoek dat al sinds enkele jaren in Plankendael wordt uitgevoerd. De afvaardiging van Zoo Antwerpen heeft door haar al jarenlange actieve aanwezigheid als niet-Britse zoo op dit congres een ereplaatsje gekregen, en er werd zelfs - bij wijze van grap - voorgesteld om BIAZA om te dopen tot de British, Irish and ANTWERP Association of Zoos and Aquariums.

Het hoogtepunt van dit jaar was toch wel het EAZA congres dat dit jaar in onze eigen Zoo werd georganiseerd. Maar liefst 650 vertegenwoordigers van Europese dierentuinen en aquaria waren te gast in Antwerpen om te praten over samenwerking, collectieplanning, stamboeken en kweekprogramma’s, natuurbehoud en over wetenschappelijk onderzoek. Ook hier zetten de KMDA medewerkers weer hun beste beentje voor.

Het tweejaarlijkse congres van de International Primatological Society, had dit jaar dicht bij huis plaats. Edinburgh was in augustus hét trefpunt voor primatologen (onderzoekers van apen en mensapen) van de hele wereld. Ook het CRC was zeer goed vertegenwoordigd met sprekers van elk van de 4 onderzoeksdepartementen van de KMDA. Jeroen Stevens bracht een presentatie over zijn onderzoek naar de uitwisseling van vlooigedrag en het delen van voedsel bonobo’s. Hij beschreef dat net als bij chimpansees, ondergeschikte bonobo’s die hooggeplaatste dieren vlooien voorafgaand aan een voedering, een grotere kans hebben mee te mogen delen in het voedsel. Dit wordt gezien als een bewijs dat laaggeplaatste dieren toegang kunnen krijgen tot bv voedselbronnen door iets te doen voor de hooggeplaatste dieren. De in april van dit jaar kersvers gedoctoreerde Isra Deblauwe bracht in Edinburgh haar verhaal over het hoe en waarom van het eten van insecten door chimpansees en gorilla’s in het door de KMDA gerunde Projet Grand Singes in Kameroen. Denis Ndeloh, één van onze Kameroenese studenten, ontving een prijs voor zijn bevindingen in een onderzoek naar het belang van traditionele kennis voor conservatiedoeleinden. Hij stelde zich de vraag hoe kennis, verhalen en tradities over gorilla’s van de lokale bevolking en kan bijdragen aan de instandhouding van de bedreigde Cross River gorilla’s in Kameroen. Bruno Levecke presenteerde de eerste resultaten van een grootschalig DNA-onderzoek in samenwerking met de UGent en het Instituut voor Tropische Geneeskunde van Antwerpen (ITG). Hij onderzocht welke darmparasieten er voorkomen in apen en mensapen in Belgische en Nederlandse dierentuinen, en in hoeverre deze parasieten een mogelijk gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid van verzorgers van de apen. In een speciaal door Kristiaan D’Aout en Evie Vereecke georganiseerd symposium werd de huidige stand van zaken en nieuwe inzichten besproken op het gebied van hoe primaten zich bewegen. Er werd geconcludeerd dat we veel meer onderzoek moeten doen in laboratoria, in dierentuinen én in de natuur om te kunnen begrijpen hoe apen in staat zijn om een zo gevarieerd repertoire in bewegingen te kunnen uitvoeren. Dit soort conferenties zijn bijzonder belangrijk voor de internationale contacten, en voor het opstarten van gezamenlijke projecten met andere dierentuinen en wetenschappelijke instituten. Bovendien vormen ze een ideale gelegenheid voor de KMDA om zich te profileren als gerenommeerd en gerespecteerd zoölogisch instituut. In december organiseert het CRC haar eigen onderzoekssymposium in de Zoo om zoogidsen, verzorgers, leden en andere belangstellenden in te lichten over de wetenschappelijke vorderingen van de KMDA.



Zjef Pereboom

vrijdag 21 november 2008

Strategie voor zoo-onderzoek

Wetenschappelijk onderzoek is één van de activiteiten waarmee de KMDA bijdraagt aan natuurbehoud en duurzaamheid. Onze onderzoeksstructuur en de huidige wetenschappelijke activiteiten worden gezien als een voorbeeld voor de dierentuingemeenschap. Een eerder dit jaar gepubliceerde onderzoeksstrategie voor dierentuinen is er op gericht om méér dierentuinen warm te maken voor het idee om zelf onderzoek te doen: Enerzijds met als doel op een wetenschappelijk verantwoorde manier de collecties te beheren (door bijvoorbeeld kweekprogramma’s te baseren op onderzoeksresultaten), anderzijds om door middel van onderzoek een bijdrage te leveren aan de bescherming van bedreigde dieren en hun natuurlijke omgeving.


Een toenemend aantal dierentuinen begint al voorzichtig met het verrichten van wetenschappelijk onderzoek in hun eigen dierenparken en in de natuur. Maar er zijn slechts enkele Europese dierentuinen die zoals de Zoo en Planckendael kunnen beschikken over een speciaal onderzoeksteam met een duidelijke strategie voor wetenschappelijk onderzoek én eigen onderzoeksprogramma's. Mogelijk komt daar snel verandering in met de onlangs verschenen “Research Strategy” van EAZA, de Europese vereniging van dierentuinen en aquaria. De boodschap in dit document is in grote lijnen dat dierentuinen respectabele wetenschappelijke instellingen kunnen zijn die met relatief eenvoudige middelen een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan natuurbehoud door middel van onderzoek. Eén van de belangrijkste overwegingen is dat de internationale zoogemeenschap wil proberen meer zoo’s te overtuigen van het nut en het potentieel van wetenschappelijk onderzoek in dierenparken en het belang daarvan voor de dieren in zoo’s én voor natuurbescherming.

Een meer op de praktijk gerichte doelstelling van de Research Strategy is om dierentuinen actief te helpen bij het opstarten en de verdere ontwikkeling van wetenschappelijk onderzoek in hun eigen tuin. Bovendien wil EAZA zo de samenwerking op wetenschappelijk vlak binnen de Europese zoogemeenschap, én met universiteiten en andere partners stimuleren. De medewerkers van ons eigen onderzoeksdepartement, het CRC, waren zeer nauw betrokken bij de ontwikkeling van deze onderzoeksstrategie, en zij zullen een centrale rol spelen bij de uitvoering van de strategie door advies en hulp te bieden aan andere dierentuinen waar nodig.



Zjef Pereboom